Over helend slachtofferschap



Laatst sprak ik een vriendin over de nasleep van haar gewelddadige relatie. Ze vroeg zich af hoe ze eigenlijk nog zo goed functioneerde. Boos was ze nooit geweest, op de dader. Ze kon over hem spreken met een soort afstandelijk medeleven. Niet om hem te sparen; die fase had ze gehad. Meer vanuit een overlevingsdrang. Ik wilde haar natuurlijk niets voorschrijven over haar helingsproces, maar zei vastberaden: ooit zul je toch echt even boos moeten worden, heel boos en heel verdrietig. Zo verdrietig dat je even niks meer kunt. Het liefst zou ze die stap helemaal overslaan, zei ze, die van het verdrietige en het boze. Om niet bitter te worden. Om niet te vergeten dat het allemaal nog erger kan. Om niet verlamd te worden door het idee dat haar iets is aangedaan en dat zij daar geen aandeel in had. Als ik dat eenmaal toelaat, voorspelde ze, dan verdrink ik. Bovendien, ze wilde iemand zijn die goed kon compartimentaliseren, die haar trauma's netjes in een afgesloten doosje met zich mee kon dragen, ze thuis kon laten wanneer ze wenste. Ik suggereerde dat ze niet op dat voor haar ideale eindstation kon aankomen als ze de reis er naartoe weigerde te doorlopen. Ze dacht dat ze er nu al was, dat ze zichzelf maar gewoon vooruit kon blijven lanceren. Maar de geest laat zich niet teleporteren. Het onaangetaste trauma kleurde haar dromen en dagen. Als je een monster wilt leren temmen, zul je er toch eerst de verbinding mee aan moeten gaan.


Mijn vriendin was bang dat zij zichzelf nooit meer niet als slachtoffer kon zien als ze eenmaal erkende dat haar iets was aangedaan. Dat herken ik, dat angstvallige afwijzen van je innerlijke slachtoffer. Aan de andere kant lijkt het andere uiterste ook veel voor te komen: een krampachtige identificatie met je slachtofferschap, alleen maar slachtoffer willen of kunnen zijn. Deze uitersten kunnen voorkomen bij slachtoffers van allerlei verschillende soorten trauma, maar ik wil het hier hebben over slachtoffers van interpersoonlijk trauma, bijvoorbeeld seksueel geweld, mishandeling, of verwaarlozing. Zowel het afwijzen als het vastklampen ondermijnen in mijn ogen de helende kracht van slachtoffer zijn.


Helend slachtofferschap zoals ik het zie is fluïde, productief, leerzaam en verzachtend. Aanvankelijk kan het een staat van zijn worden, vooral als het lang afgewezen is. Dan ben je even heel erg slachtoffer. Je ziet overal traumasporen en ruïnes opduiken, alles wankelt, misschien kun je nauwelijks met iemand praten zonder je verhaal te willen vertellen. Bij de een duurt dit een week, bij de ander twee jaar. Zolang je enigszins bewust bezig blijft met het helingsproces, is het slachtofferschap nog helend, zal het geen kans krijgen te kristalliseren. Uiteindelijk ervaar je het wellicht niet meer als een staat van zijn maar als een innerlijke gedaante, als één van je ikken. In de Voice Dialogue methode wordt het beeld van een bus gebruikt, met allerlei passagiers die afwisselend de chauffeur zijn, om al je innerlijke stemmen en persoonlijkheidskenmerken en rollen mee aan te duiden. Helend slachtofferschap resulteert in een innerlijk slachtoffer dat zich gehoord, gezien en veilig voelt. Af en toe neemt het misschien plotseling nog plaats achter het stuur, maar voor het overgrote deel van de tijd ligt het te snurken achterin de bus.


Op deze manier aan de slag gaan met je slachtofferschap - er niet voor terugdeinzen en geduldig zien hoe het zich ontwikkelt - geeft een gevoel van autonomie, innerlijke kracht en vrijheid. En laat die gevoelens nu net diep helend zijn als je ooit het gevoel hebt gehad dat alle controle je uit handen genomen werd. Dat het echter niet vanzelfsprekend is voor veel mensen om zo'n dans aan te gaan met hun innerlijke slachtoffer, is duidelijk. Soms duurt het jaren, soms een heel leven lang, voor we op het wenken in durven te gaan.

Zo'n angstvallige afwijzing van het innerlijke slachtoffer komt, zo ben ik gaan vermoeden, vaak voort uit het idee dat slachtofferschap een allesoverheersend, schreeuwerig en vooral permanent label is. Dat het de rest van je identiteit uitwist, dat je het op je voor- én achterhoofd met je meedraagt en voor je spreekt nog voor jij je lippen van elkaar kunt halen. Je wilt niet door anderen als slachtoffer worden gezien. Deze angst wordt natuurlijk gedeeltelijk veroorzaakt door de negatieve publieke representatie van slachtoffers. Schrijver, activist en dierbare vriendin Tessel ten Zweege strijdt voor een hervormd beeld van slachtoffers in de media en het juridische systeem. Dit soort broodnodige verschuivingen in de externe wereld zullen het een stuk makkelijker maken voor mensen om hun slachtofferschap zonder schuld en schaamte te dragen. Toch is een innerlijke verschuiving net zo belangrijk, of misschien wel nóg belangrijker. Hoe veel 'toestemming' iemand ook van de omgeving krijgt om te rusten in zijn of haar slachtofferschap, zonder groen licht vanuit de eigen binnenwereld wordt er weinig in beweging gezet. Als je je een weg hebt gebaand door alle (seksistische) stereotyperingen rondom slachtofferschap en met je hele brein begrijpt dat je nergens om hebt gevraagd, dan is daar alsnog vaak het onvermogen het innerlijke slachtoffer binnen te laten in je bewustzijn.

Je innerlijke slachtoffer binnenlaten betekent namelijk erkennen dat je iets is aangedaan. Dat lijkt makkelijk, maar is het soms allesbehalve. Zitten met het idee dat iemand je beschadigd heeft zonder daar allerlei mitsen en maren achteraan te plakken. Jezus, wat ongelooflijk kut dat dit me is overkomen. Punt. De daden van de dader niet uitleggen of relativeren. Geen schuld naar je toetrekken zodat je in ieder geval weet hoe jij de situatie had kunnen voorkomen of veranderen. Jezelf niet afvragen of het wel echt zo is gegaan, of het wel echt zo erg is, heb je niet overdreven? Op deze manier de controle over je zorgvuldig geconstrueerde verhaal loslaten is moeilijk - de controle werd je toen immers ook uit handen genomen, en wat voor goeds is daarvan gekomen?


Zowel de angst door de buitenwereld als slachtoffer te worden gezien als de angst te erkennen dat je iets is aangedaan worden versterkt door het idee dat slachtofferschap rigide en permanent is. Ja: dit zal altijd een onderdeel van je levensverhaal blijven. Maar door dat te erkennen teken je niet voor een triest lot. In tegendeel, het wordt allemaal een stuk treuriger wanneer je je innerlijke slachtoffer langdurig afwijst.

Wat ik bedoel is: het moet een keer gebeuren. Interpersoonlijk trauma verwerken betekent dat je vroeg of laat met twee benen in je slachtofferschap moet gaan staan. Het is onvermijdelijk. Als je 't voor je uitduwt, wordt het moeilijker, duurt het langer. Hoe sneller je je slachtofferschap aanvaardt, hoe meer je zult merken dat het zich laat kneden en vormen. Hoe sneller je bovendien de recollecties van je trauma tot een waarheidsgetrouw en logisch verhaal over je verleden kunt vormen en kunt integreren met je bewustzijn. Volgens psychiater en traumaspecialist Bessel van der Kolk is deze integratie een cruciaal onderdeel van het herstelproces.

Tenslotte zijn er aan de andere kant die slachtoffers die als de dood zijn hun slachtofferschap te verliezen. Ze zijn comfortabel geworden in de duisternis, hun lijf verslaafd aan de stresshormonen die steeds maar door hun aderen gieren. Ze leven (onbewust!) van trigger tot trigger, kunnen zich niet voorstellen wie ze zijn zonder het knagen van de maag en het racen van het hart en de zweethanden, de boosheid, het verdriet. In zekere zin is hier denk ik niet heel veel anders aan de hand dan bij de slachtoffers die geen slachtoffer durven zijn. Ook hier wordt het innerlijke slachtoffer in een positie van rigide heerser met een bodemloze behoefte aan air time geduwd. Ik ben ervan overtuigd dat zodra het innerlijke slachtoffer wordt gezien voor wat het is - een fluïde aspect van je identiteit met een triest maar betekenisvol verhaal - het vanzelf zijn plekje vindt. Het wil niet heersen, het wil niet verwoesten. Het wil niet achter het stuur maar ook niet vergeten langs de weg. Het wil gewoon ergens op de achterbank. Elk innerlijk slachtoffer heeft wat anders nodig om zijn plekje te vinden. Ja, soms moeten ze uitrazen, soms zijn ze tijdelijk tirannen, soms zorgen ze ervoor dat je even niet kunt werken, even niet mee kunt doen aan het rennen en vliegen dat het moderne leven heet. Tenslotte leert helend slachtofferschap je dus vertrouwen: vertrouwen dat het zo moet gaan, dat alles goed komt zolang je blijft opletten en vanuit het diepste van je hart wilt helen. En loslaten, niet steeds de behoefte hebben alles wat er in je gebeurt te kunnen verklaren en voorspellen, jezelf af en toe durven verrassen, je lichaam leidend laten zijn.


De meeste van de rollen die we elke dag vervullen mogen we kiezen; die van slachtoffer wordt je opgelegd. Het is logisch als je terughoudend bent en 'm afwijst, of je er krampachtig aan vastklampt omdat je dan tenminste nog het gevoel hebt dat je iemand bent. Maar uiteindelijk dat midden vinden, waar je innerlijke slachtoffer mag komen en gaan en jij hoe dan ook overeind blijft staan, dat geeft een gevoel van zachte maar onaantastbare innerlijke kracht.

© Nathalie Meertens, 2021