Ik wil altijd eerlijk zijn

Soms moet ik me op verrassende momenten inhouden. Dan wil ik vragen: Ben jij ook bezig? Of: Wat houdt je tegen? Denk je dat het er ooit nog van komt? Of: Je loopt alsof het je gelukt is; vertel me hoe het was.


Soms wil ik niet vragen maar vertellen. Dan biedt mijn brein plotseling geen conventionele, sociaal geaccepteerde, hapklare antwoorden aan als iemand vraagt: Dus, waar heb jij je de afgelopen tijd mee bezig gehouden?


In mijn ideale wereld zou ik moeten kunnen zeggen dat druk was opnieuw te leren liefhebben, vaste grond onder mijn voeten te vinden, dat ik steeds het gevoel had dat ik doodging en dan toch weer opnieuw geboren werd. Dat ik als een opgebrande scheikundige rondjes om mijn eigen as draaide in mijn hart, mijn hoofd, mijn onderbuik – bril op, beschermend pak om mijn lijf gehuld, handschoenen strak en kleverig. Explosies, geborrel, gerammel alom; soms het bevredigende versmelten van twee substanties die voorheen vijandig leken maar onder geduldige ogen toch toegeven.

In mijn ideale wereld zou ik daar dan niet per se een lange monoloog aan vast hoeven knopen, niet per se moeilijke vragen hoeven te beantwoorden, zou iemand simpelweg knikken en vertellen over wat er bij hen onder het oppervlak herschreven wordt.


Het is niet zo dat ik wens met iedereen naar het rijk der schaduwen af te dalen, dat ik wil dat er in elke woordenwisseling ruimte is voor het zwarte en zware. Integendeel: in mijn ideale wereld hoort het helen bij het licht, ligt het altijd bovenop de stapel. Als ik altijd écht eerlijk zou zijn, zouden mensen misschien soms denken dat ik gek ben – wat ik niet ontken, maar waarvan ik de wortels zelf toch niet zou zoeken in mijn behoefte mijn kleurrijke binnenwereld bloot te leggen en nederig toestemming tot die van jou te vragen.


Het vertellen van mijn verhaal voelt niet meer als het doen van een grootse openbaring, van het openen van een geheime poort; het voelt natuurlijk, logisch, licht ondanks het donker dat er doorheen loopt. Omdat ik er vrede mee gesloten heb, ja. Omdat het me niet meer bezit, omdat ik me niet meer schaam misschien. Maar vooral omdat ik zoveel beter begrijp dat het voor een ander niet anders is. We kunnen elkaars verhalen met grote ogen aanhoren en er met volle aandacht het unieke in zien, maar laten we vooral niet vergeten hoe weinig de onze er in essentie van verschillen. Dat we allemaal, ‘als mens’, behoefte hebben aan liefde en onderdak en seks en groei en…, ja, maar misschien is het nog wel belangrijker dat we allemaal vroeg of laat iets tegenkomen wat ons probeert wijs te maken dat verbinden niet veilig is, iets wat ons wilt isoleren, of het nu via een krampachtig vastklampen of een daadwerkelijk afzonderen is.


Dat is verdrietig, maar ook een hele verademing. Het maakt onze verhalen tegelijk eindeloos veel belangrijker en stukken minder machtig. Mijn seksueel misbruik, jouw verwaarlozing, zijn bedriegende partners, haar overleden zus, hun zieke moeder; geen traumaspoor mag meer verzwegen worden. Tegelijk mogen we de bloederige hoofdstukken van onze verhalen liefdevol - onder andere door niet bang te zijn ze te delen - van lot tot obstakel kneden. In plaats van geschrokken te doen alsof die paar ongelukkigen door een tragedie zijn getroffen, hun verhalen te behandelen als sloopkogels of breekbare glaswerken, is het nuttiger om ze te zien als unieke, kostbare versies van hetzelfde script. Want we leren dan wel allemaal vroeg of laat eens dat verbinden onveilig is, niemand omzeilt het verlangen ernaar volledig, hoe stellig ze ook beweren van wel. We zijn gemaakt om weer samen te komen.


Toen ik op aarde kwam, wist ik hoe. Ik verleerde, probeerde, en het lukte opnieuw. Of: Het voelt alsof ik het nooit meer zal kunnen, maar iets in mij wilt niet rusten, wilt niet doen alsof ik alles alleen kan. Of: Voor mij is alles nog mistig, maar iets schuurt, mijn hart wilt groter, mijn hoofd stiller, ik word geroepen maar weet nog niet door wat. Of, of, of.


De innerlijke ruimte die ik heb om mijn eigen verhaal te dragen en dat van anderen erbij, de speelse zorgvuldigheid waarmee ik met littekens en wonden in alle kleuren en vormen kan omgaan, laten zien hoe goed ik alweer kan balanceren. Vertel maar, ik luister. Ze herinneren me eraan hoe veerkrachtig we zijn. Hoe de wereld op het ene moment op een monster met een bloederige bek kan lijken, en dan uiteindelijk toch weer voelt als twee warme samengevouwen handen waartussen je rusten mag.


In mijn ideale wereld ben ik altijd eerlijk, vragen mensen minder naar hoe ik mijn geld verdien en meer naar wat ik doe om het weer te leren: verbinding maken en in samenzijn rusten, zelfs als het als doodgaan voelt. Ik wil weten wat opdoemt uit jouw onderbuik als je op je kwetsbaarst bent, wil vertellen of het bij mij hetzelfde voelt of anders, elkaar bewonderen als we blijven staan en elkaar vasthouden als het vandaag te moeilijk blijkt. Ik wil weten wat je klein houdt en wie je bent op de momenten dat je tussen de tralies door stroomt, wil horen over de laatste keer dat je het gevoel had jezelf in een afgrond te storten en hoe je toen uiteindelijk toch zacht en stilletjes landde, wie er was om je overeind te helpen, welke bergen je nog beklimmen wilt. Ik wil het hebben over wat ertoe doet, en altijd eerlijk zijn.




© Nathalie Meertens, 2021